(Te) Laag water vraagt om Europese samenwerking Maritiem Courant wo 9 sep Scheepvaart De lage waterstanden op de belangrijke doorvaarroutes raken de binnenvaartsector in het hart. Als varend transport wordt beperkt door klimaatverandering, zijn de economische en financiële gevolgen onbetwist groot. Europese samenwerking is belangrijk. Zoveel is al wel duidelijk. De gevolgen van het lage water in de binnenvaartsector zijn voor ondernemers diffuus. Schippers lijden verlies, anderen verdienen meer door hogere vrachtprijzen en transport verdwijnt naar weg en spoor. Belangrijk is te kijken naar de toekomst. ,,De combinatie van ondernemerschap, goede financiering en een sterke publieke infrastructuur bepaalt of de binnenvaart zijn belangrijke positie binnen de Europese logistieke keten kan behouden en verder uitbouwen’’, zegt Henri van Sandijk van de PTC Groep Zwijndrecht, een coöperatie van binnenvaartondernemers, daarover. Verladers, banken en andere partijen kunnen onder meer via langere vervoersafspraken, financiering en betere planning helpen om de gevolgen van laagwater op te vangenUitgebreide analyseBrancheorganisatie KBN is druk met de gevolgen van de laagwaterstanden voor de sector. ,,De verschillen binnen onze achterban zijn groot’’, zegt directeur Maira van Helvoirt in een nieuwsbrief. ,,De ene ondernemer blijft varen, maar met minder lading en een planning die voortdurend verandert. De ander kan tijdelijk niet verder. Ook bij veerdiensten en in de riviercruisevaart zien we de gevolgen. Tegelijk is er door ondernemers veel geïnvesteerd om bij laag water langer te kunnen varen. De sector past zich aan, maar kan het water onder het schip niet zelf veranderen.’’Directeur Maira van HelvoirtFoto: Rob van der TeenVan Helvoirt stuurt op het maken van een analyse, bijvoorbeeld zoals eerder met de Erasmus Universiteit, van verlies aan laadvermogen, stremmingen, extra reistijd, uitval en de gevolgen voor het personenvervoer. ,,Onze leden vertellen ons dagelijks wat laag water met hun bedrijf doet. Als we bij overheid en politiek om maatregelen vragen, helpt het als we die ervaringen ook kunnen vertalen naar concrete economische gevolgen. Daarom willen we opnieuw laten onderzoeken waar de schade terechtkomt en hoe groot die is’’, aldus Van Helvoirt.Ook internationaal wordt hieraan gewerkt. Samen met partners binnen de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen en hun internationale organisaties wordt specifiek gekeken naar de economische gevolgen voor onder meer chemie, olie en gas.Ondernemersorganisatie evofenedex neemt net als Rijkswaterstaat en KBN deel aan droogte-overleggen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ricky Voorn spart ook met binnenvaartbedrijven en schipperspartijen om ondernemers te adviseren. Hij wijst hen op het belang van diversiteit in de logistieke keten. ,,We zien dat de modal shift succesvol is. Maar betrouwbaarheid bij vervoer is van groot belang. Zoals we dat ook zagen bij corona, toen veel stil kwam te liggen. Zorg dat je breed weerbaar blijft. Wees flexibel. Zet niet alleen in op schaalvergroting en de inzet van klasse V schepen. Juist het kleine schip is bij laag water van groot belang bij goederenstromen. We zien ook verladers die binnenvaart inzetten en bij laag water in de zomer (door seizoengebonden) overcapaciteit bij een wegvervoerder kunnen inkopen. Dat is wel duurder, maar de vervoersstroom gaat door. Samenwerking is essentieel, want binnenvaart blijft van groot belang. Valt die voor een deel weg, dan loopt het vast op de weg. Maar het is niet alleen aan de sector. Ook de overheid moet de sluizen en bruggen in orde houden en zorgdragen dat er een omvaarroute beschikbaar blijft. We moeten denken in trajecten. En banken moeten financiering van het kleine schip steunen en meer duidelijkheid geven aan schippers.’’