Afbeelding

Een stap terug?

Wim Tekkelenburg Column Ontdek

De binnenvaart werkt al jaren stap voor stap aan verduurzaming. Ondernemers investeren in schonere motoren, nabehandelingssystemen en alternatieve brandstoffen. Toch is de praktijk weerbarstig. De recente verdubbeling van de prijs van HVO per 1 januari laat pijnlijk zien dat verduurzamen in deze sector allerminst vanzelfsprekend is.

Hoewel er volop wordt geëxperimenteerd met nieuwe aandrijftechnieken blijft HVO op dit moment het meest pragmatische duurzame alternatief. Het biedt directe CO2-reductie zonder dat er grootschalige ombouw of hoge investeringen nodig zijn. Voor veel ondernemers vormt HVO daarmee het laaghangende fruit: een reële en eenvoudig toepasbare stap richting emissiereductie. Maar zodra diezelfde brandstof plotseling twee keer zo duur wordt, verandert een voor de hand liggende verduurzamingsmaatregel in een financieel risico dat veel ondernemers niet kunnen of willen dragen.

Vanaf dit jaar komt een subsidiebedrag van 227,6 miljoen euro beschikbaar voor waterstof  en elektrisch varen. Dat is een belangrijke impuls voor de ontwikkeling van toekomstige emissieloze technieken. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat de overstap naar volledig nieuwe energiedragers tijd, middelen en kennis vraagt. Zowel de vloot als de infrastructuur is hier nog niet breed op ingericht. Juist in deze overgangsfase zou HVO een essentiële brugfunctie moeten vervullen richting een volledig emissieloze binnenvaart.

De bereidheid om te vergroenen is in de sector duidelijk aanwezig. Maar zonder een betaalbaar, voorspelbaar en praktisch toepasbaar alternatief lopen ondernemers vast.

De vraag dringt zich dan ook op: komt de energietransitie werkelijk in beweging zolang de belangrijkste tussenoplossing – varen op HVO – financieel niet houdbaar blijft?