Afbeelding

Brancheorganisatie Maritime & Offshore heeft met instemming gereageerd op het coalitieakkoord van CDA, DD6, VVD

,,We zijn zeer verheugd dat het nieuwe coalitieakkoord de maritieme maakindustrie expliciet benoemt als sector van nationaal strategisch belang, inclusief aandacht voor de bedrijventerreinen waar de activiteiten van onze leden activiteiten plaatsvinden. Bovendien spreekt de coalitie de ambitie uit voor het blijven investeren in wind op zee voor 40 Gigawatt via een ‘Contracts for Difference’ systematiek’’, zo reageerde Maritime & Offshore.


,,Deze erkenning onderstreept het belang van een sterke maritieme en offshore industrie voor Nederland: voor energiezekerheid, defensie, waterveiligheid en ons economisch verdienvermogen. Het laat ook zien dat de gezamenlijke inzet van bedrijven, kennisinstellingen en brancheorganisaties om dit strategische belang onder de aandacht te brengen effect heeft gehad en zijn vruchten afwerpt. Wij kijken ernaar uit om samen met het nieuwe kabinet samen te werken aan een concurrerende, duurzame en toekomstbestendige maritieme en offshore maakindustrie.’’

De brancheorganisatie stipt onder andere de plannen voor vier nieuwe kerncentrales aan en het specifiek benoemen van de kansen voor de maritieme sector in de schone maakindustrie. Voor de energie-intensieve haven- en industrieclusters, die in de ontwerp-Nota Ruimte zijn aangewezen als gebieden van nationaal belang wordt een nationaal ruimtelijk-economische strategie gemaakt. 

Het coalitieakkoord meldt verder: ‘Voor schone energie van eigen bodem blijven we investeren in wind op zee via Contracts for Difference voor 40 GW. In aanvulling daarop zorgen we voor een goede afstemming tussen aanbod en vraag van elektriciteit in de industrie en een betere interconnectie met andere landen.’


Waterbouwers

Wat betreft de logistieke kunstwerken meldt het akkoord: ‘Veel bruggen, tunnels, spoorwegen en sluizen naderen het einde van hun levensduur. Om heel Nederland veilig, bereikbaar en economisch sterk te houden zal de onderhoudsopgave de komende jaren voorrang krijgen in het toebedelen van beschikbare middelen.’

De Vereniging van Waterbouwers is daarover minder opgetogen. Die is teleurgesteld dat het aanstaande kabinet geen extra budget heeft vrijgemaakt voor de grote infrastructurele waterbouwopgaven, ondanks de brede oproep vanuit de sector. Gezien de omvang en noodzaak van de infrastructurele opgaven blijft een groei van de investeringen richting 2 procent van het BBP volgens de vereniging onvermijdelijk. Daarbij is het cruciaal dat kritisch wordt gekeken naar de besteding van de middelen.

Voorzitter Jaap van Thiel de Vries, ziet in het uitblijven van extra middelen wel een duidelijke opdracht: ,,Als we het positief bekijken, vergroot dit de noodzaak om serieus werk te maken van het terugdringen van bureaucratie en indirecte kosten, die nu een groot deel van het budget opslokken.’’

Volgens de Vereniging van Waterbouwers is versnelling van de uitvoering in het belang van heel Nederland. Schaarse middelen als geld, tijd en menskracht moeten daar worden ingezet waar ze het meeste opleveren: buiten, in de uitvoering van waterveiligheidsopgaven. De vereniging waarschuwt dat Nederland zonder versnelling de maatschappelijke doelen op het gebied van waterkwaliteit en waterveiligheid de komende jaren niet zal halen en hoopt dat de middelen voor natuurontwikkeling en de Kaderrichtlijn Water gebruikt worden om de belangrijkste belemmeringen weg te nemen.

Werkzaamheden in het Julianakanaal. De Vereniging van Waterbouwers is teleurgesteld over het uitblijven van extra middelen voor werken aan de waterinfrastructuur.