Afbeelding
Christian Rombouts

Aan Boord Bij Adriaan van Maren

Vaart op: ms Amor Fide (62,41 x 6,60 meter, bouwjaar 1962).
Aan boord: Vooral veevoer, zand en grind, constructiematerialen.
Vaarroute: Veel in Nederland en België.

Vanwaar de scheepsnaam Amor Fide?
,,Toen we dit schip kochten, droeg het de naam Variatie. Schepen met die naam waren er genoeg, vonden we. We wilden een naam die nog nergens anders voorkwam. We zijn gaan nadenken en kwamen met een beetje knippen en plakken uit op Amor en Fide. Amor betekent liefde, Fide vertrouwen. Dat vinden we belangrijke waarden.’’

Wat maakt dit schip prettig varen?
,,Het is klein qua afmetingen. Dat maakt dat we veel op klein vaarwater kunnen komen, wat ons mogelijkheden tot specialisatie geeft.’’

Geen behoefte aan een groter schip?
,,Nee hoor, dat hoeft van mij niet zozeer. Grote schepen zijn er genoeg, terwijl de kleinere scheepjes langzaam uitsterven. Een motor vervangen bijvoorbeeld is tegenwoordig immers niet meer te betalen. Dan kom je op een bedrag uit dat boven de waarde van het schip ligt. Je ziet zodoende steeds meer schepen van ons formaat naar de sloop gaan. Dat is voor mij juist een drive om door te varen. Wij treffen het: de Amor Fide heeft nog vrij jonge motoren. Als je alles een beetje goed bijhoudt qua verfwerk gaat het schip nog wel een tijdlang mee.’’

Bevalt het vrije varen?
,,Ik vind het heerlijk, je komt nog eens ergens. En het is heel divers werk. Je weet nooit wat de volgende vracht wordt, dat kan van alles zijn. Momenteel zitten we niet zo heel druk in het werk, maar dat komt vast wel weer goed. Ik maak me niet zo gauw druk en vind dat juist wel een uitdaging.’’

Heb je een favoriete vaarroute?
,,Niet per se. Het ene gebied is mooier dan het andere, maar het bevalt me overal wel. Ik hou vooral van smalle vaarwateren. Dat geeft meer uitdaging. Op grotere wateren, zoals de Oosterschelde en Westerschelde, ben je als kleiner schip naast al die grote jongens opeens wel een erg klein scheepje. Dan voel je je niet zo groot meer, hoor. Rivieren als de Rijn trekken me daarnaast niet echt. Ik heb er vroeger wel gevaren, maar ik vind het niet fijn om heel de dag te zitten. Wat we nu doen, is veel afwisselender.’’

Favoriete ligplek?
,,Papendrecht. We komen uit Alblasserdam, daar hebben we geen haven meer. Papendrecht is zodoende nu onze ‘thuishaven’. Dan zijn we in de buurt van onze familie. We hebben geen huis aan de wal, we wonen met het hele gezin aan boord.’’

Ik hou vooral van smalle vaarwateren. Dat geeft meer uitdaging’

Gaan de kinderen straks naar een internaat?
,,Dat is niet de bedoeling, die keuze staat al vast. Ze krijgen de eerste jaren les aan boord. Ik heb er vroeger zelf wel op gezeten en een goede tijd gehad, maar er zijn geen internaten meer die passen bij onze levensprincipes.’’

Heb je een favoriet contact in de binnenvaart?
,,We hebben een vaste bevrachter waar we veel voor varen. Verder heb ik zo veel contacten. Je helpt elkaar altijd. Als ik een vraag heb, bel ik iemand, en andersom ook. Als je elkaar toevallig tegenkomt en bij elkaar ligt, gaat de barbecue aan. Dat soort dingen maken het gezellig.’’

Grootste ergernis in de binnenvaart?
,,Meerdere dingen, zoals het vele wachten. De liggeldenwet in Nederland vind ik ook bizar. Wij treffen het dat we samen varen, maar als je personeel hebt, kost dat je elke dag serieus geld. In Duitsland en België krijg je een stuk meer. Toch is het nooit in verhouding tot wat je opvaart. De onderhoudsplanning van Rijkswaterstaat vind ik ook een aandachtspunt. Gaan er weer sluizen tegelijkertijd dicht. Instanties lijken ook het idee te hebben dat de binnenvaart uit alleen rederijen bestaat. De authentieke binnenvaart, bestaande uit varende gezinnen en eenmansbedrijven, lijkt weg te zakken in het besef. Terwijl de binnenvaart daar in Nederland wel groot mee is geworden.’’

Waar hoop je over zo’n vijftien jaar te staan?
,,We zien wel wat er komt en waar het schip strandt.’’

Afbeelding